Door Yvette Kopijn namens Stichting Zieraad

 

Vorige week, toen ik mij voorbereidde om mijn promotie-onderzoek naar (post)koloniale identiteitsvorming onder Javaans-Surinaamse vrouwen te pitchen tijdens de conferentie ‘Unhinging the National Framework’ aan de VU in Amsterdam, deed ik een voor mij bijzondere ontdekking. Ik kwam de naam op het spoor van mijn Indonesische betovergrootmoeder van mijn oma’s zijde, de vrouw die tot nu toe naamloos was gebleven. Haar naam: Raminah.

Raminah

Op de oudste foto die in ons familiebezit is, zien we rechts mijn overgrootmoeder Pauline Henriette van Zuylen, gezeten op een stoel met naast zich mijn overgrootvader Anthonie Franken, die zijn been nonchalant over haar stoel geslagen heeft. De foto is genomen in 1911 in Surabaya, Oost-Java. Pauline, door mijn vader oma Lien genoemd, moet zwanger zijn geweest van mijn oma, die een jaar later ter wereld kwam.

Ik weet niet veel over mijn overgrootmoeder, behalve dat ze geboren werd op 5 januari 1883 in Tegal, Midden-Java, en dat ze stierf op 19 februari 1939, slechts 56 jaar oud. Over haar moeder, mijn betovergrootmoeder, wist ik hoegenaamd niets – tot ik vorige week via  de stamboom van de familie Van Zuylen ontdekte dat ze Raminah heette. Raminah was in de stamboom terechtgekomen via de datum 7 september 1882: de dag waarop ze met mijn betovergrootvader Johan Christiaan van Zuylen in het huwelijk trad. Afgaand op de geboortedatum van haar dochter Pauline moet ze die dag vijf maanden zwanger zijn geweest van wat haar enige kind zou zijn.

 

Overgrootmoeder Pauline Henriette van Zuylen, Soerabaja 1911

Grootmoeder Anthonia Kopijn, vader Rob Kopijn en tante Jane Kopijn. Soerabaja, 1940

 

 

 

 

 

 

 

 

Of het nu in onderzoek is of in het archief: zelden horen we de stem van (voormalig) gekoloniseerde subjecten – iets dat ik zie als een effect van de machtsverhoudingen binnen een koloniale samenleving. Wie vond het in die tijd nodig om de stem van inheemse personen vast te leggen – laat staan een stem van vrouwen zoals Raminah?

 

De Njai

Gelukkig hebben we het werk van Reggie Baay, die veelvuldig schreef over het leven van de njai: vrouwen zoals mijn betovergrootmoeder Raminah die, al dan niet wettelijk getrouwd, samenleefden met Hollandse mannen, en wiens taak het was om zijn huishouden te doen, het bed met hem te houden en zijn kinderen te baren. De boeken van Baay zijn van enorm belang voor de Indische gemeenschap, omdat ze de kans bieden om iets van een glimp op te vangen van onze Indonesische oermoeders, uit wier schoot het Indische nageslacht ontsproot. Maar ook hier komen we er niet achter hoe de njai zelf terugkijkt op haar leven en ervaringen, maar leren we de njai slechts kennen via de verhalen en herinneringen van haar kleinkinderen.

Mijn oma Anthonia Franken heb ik nooit horen vertellen over haar grootmoeder Raminah – behalve dat de Indonesische afstamming die ze via haar grootmoeder had verkregen haar buiten het kamp had gehouden tijdens de Japanse bezetting. Toen mijn oma op 28 augustus 1999 kwam te overlijden, liet dat bij mij een enorme leegte achter die ik nog steeds voelbaar is. Ik realiseerde mij meteen dat ik nooit meer de gelegenheid zou hebben om haar te vragen naar haar oma: hoe ze eruit zag, hoe ze bewoog, hoe ze rook, maar ook: welke plek ze innam in de familie, of ze zich er thuis voelde in de familie en of ze erbij had gehoord.

 

Het archief van morgen

Het is bijna een cliché geworden om te zeggen: als je weet waar je vandaan komt, dan weet je ook beter wie je bent en waar je naartoe wilt. Maar in het geval van Indische familiegeschiedenissen – en daar staan  wij niet alleen in – krijgt dit extra betekenis: door tussenkomst van een koloniaal systeem dat stoelde op een raciale scheidslijn waarin wit superieur aan bruin werd geacht, blijf ik verstoken van informatie over de Indonesische lijn van mijn familie. Die lijn – die vrijwel altijd loopt via een Indonesische voormoeder – kwam eenvoudigweg niet in de archieven terecht, terwijl zij doorgaans ook binnen de familie verzwegen werd. Dat dit een deel van mijn identiteit onkenbaar maakt zie ik als een direct effect van kolonialisme. Archieven zijn verre van neutraal, maar geracialiseerd en geseksualiseerd. Het zijn geen passieve bewaarplaatsen van oude dingen, maar plekken waar sociale macht actief wordt uitgeoefend en betwist. Wat in mij persoonlijk resulteert in een dubbel gevoel van ontworteling – zowel in ruimte als in tijd.

 

Laten we ons daarom actief inzetten voor het archief van morgen, zodat de kinderen van nu door hun achterkleinkinderen gevonden kunnen worden – ongeacht huidskleur of geslacht. Voor mij een extra motivatie om in het voorjaar van 2019 aan de slag te gaan met ons project Tracing Your Roots, waarin we jongeren van Indische en Molukse afkomst aanmoedigen om op zoek te gaan naar hun voorouders en hun familiegeschiedenis, en in contact te treden met hun familie hierover. En tevens na te denken over het bewaren en toegankelijk maken van hun verhalen voor de toekomstige spoorzoekers.

Meer weten over Tracing Your Roots of deelnemen?