Vandaag is het precies 75 jaar geleden dat Soekarno de onafhankelijkheid van Indonesië uitriep. Voor mij een even belangrijke datum als 15 augustus 1945: de dag dat Japan capituleerde en er officieel een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog in Voormalig Nederlands-Indië. Naast Europese en Indo-Europese voorouders heb ik als Indische ook Indonesische voormoeders, dus gaan beide data mij aan.

De Proclamasie die door Soekarno werd uitgesproken werd door Nederland niet erkend, wat betekende dat er direct na de Japanse capitulatie een nieuwe periode van oorlog en geweld uitbrak. Allereerst was daar de Bersiap: een tijd waarin een ieder die de Nederlandse nationaliteit had, daaraan gelijkgesteld was, dan wel met Nederlanders had samengewerkt – dus ook Indo-Chinezen en Molukse, Menadonese en Timorese soldaten – te maken kreeg extreem geweld gepleegd door Indonesische onafhankelijkheidsstrijders (de zogenaamd pemoeda’s) en bendes jongeren (de zogenaamde peloppers). In Soerabaja bracht mijn Indische oma de Japanse bezetting buiten het kamp door, omdat ze had kunnen aantonen dat ze een Indonesische grootmoeder had gehad. Tijdens de Bersiap was het juist die Indonesische grootmoeder die haar ervan weerhield om ‘gerepatrieerd’ te worden. Voor premier Drees was het niet de bedoeling dat ook de gemengde Indische groep naar Nederland zou komen. Dat voorrecht was voorbehouden aan de Nederlandse vrouwen en kinderen in Soerabaja. Zij werden op 10 november 1945 door Britse militairen uitgeleide gedaan naar de haven, om van daaruit geëvacueerd te worden naar Singapore. Twee weken later werden mijn oma en andere Indische vrouwen door Indonesische militairen opgepakt en overgebracht naar een Republikeins kamp, naar verluidt om hen te beschermen tegen het geweld van de Indonesische onafhankelijkheidsstrijders. Hoeveel slachtoffers er tijdens de Bersiap vielen is onbekend, de schattingen lopen uiteen van 3.500 tot 20.000 slachtoffers.

Om het Nederlandse gezag opnieuw te vestigen en de nog aanwezige Nederlandse of daaraan gelijkgestelde burgers te kunnen beschermen, begon de Nederlandse overheid daaropvolgend een oorlog – tot voor kort eufemistisch aangeduid met ‘Politionele Acties’. De tienduizenden militairen die vanuit Nederland naar Indonesië werden gestuurd, voegden zich bij de daar aanwezige (Nederlandse, inheemse, Surinaamse en Indo-Afrikaanse) KNIL militairen die, nog maar net bevrijd uit krijgsgevangenschap, meteen konden meevechten in een volgende oorlog. Onder zware internationale druk werd die oorlog uiteindelijk gestaakt, waarna op 27 december 1949 de soevereiniteit werd overgedragen aan Indonesië. Het dodental stond op dat moment op circa 100.000 slachtoffers aan Indonesische zijde en 5.000 slachtoffers aan Nederlandse zijde. In de daarop volgende jaren kwam er een migratiestroom van Indonesië naar Nederland op gang, waarbij zo’n  350.000 mensen betrokken waren, die gemakscheidshalve geschaard worden onder de naam ‘Indische Nederlanders’. In Nederland wachtte hen een kille ontvangst, waarin er nauwelijks oor was naar hun verhaal, laat staan naar hun ervaringen en opgelopen trauma’s.

Afgelopen zaterdag woonde ik in Heerlen de Indië herdenking bij, georganiseerd door stichting Waringin. Daarna verzorgde ik in Sittard een lezing tijdens de Medja Makan Spesial, georganiseerd door Stichting Pelita. In mijn lezing deelde ik de herinneringen van vertellers uit mijn boek Antara Nusa: ouderen met wortels in Indië/Indonesië die allen verbonden zijn aan de ouderensoos van Stichting Nusantara Amsterdam. Hun verhalen, maar ook mijn oproep om het zwijgen te doorbreken en hun herinneringen aan de gewelddadige periode 1942-1949 met hun kleinkinderen te delen, maakten onder de aanwezige Indisch/Molukse ouderen veel emoties los. Ze herkenden in de verhalen hoezeer herinneringen omgeven kunnen raken door trauma. Tegelijkertijd bewonderden ze de vertellers om hun moed om deze desondanks te delen. Want zolang herinneringen niet gedeeld worden, kan er ook geen helingsproces op gang komen. Wat voor deze ouderen geldt, geldt natuurlijk ook voor de Nederlandse samenleving als geheel. Ook Nederland zal een begin moeten maken met ‘ontzwijgen’ – een term die gisteren geïntroduceerd werd tijdens de gelijktijdige herdenking van 15 en 17 augustus 1945, die al acht jaar georganiseerd wordt door Stichting Nusantara Amsterdam, en die dit jaar verbonden was aan een discussieprogramma vanuit het Amsterdam Museum.

Een proces van heling en verzoening op gang brengen is precies ook de insteek van ons jongerenprogramma Tracing Your Roots. In dit programma nodigen we jongeren uit om op zoek te gaan naar hun familiegeschiedenis en hierover in gesprek te gaan met hun grootouders, om zo te komen tot een gezamenlijke verwerking van het koloniale verleden. Dit najaar strijken we neer in het Nationaal Archief in Den Haag en vervolgens in het Limburgs Museum in Venlo, waar de uitkomst van hun zoektocht de basis vormt voor de Tentoonstelling ‘Van Daar’, die vanaf 11 december te zien zal zijn.

Heling en verzoening betekent voor mij dat we 75 jaar na dato zowel op 15 augustus als op 17 augustus stil kunnen staan bij wat uiteindelijk voor alle betrokkenen een gedeeltelijke bevrijding bleek te zijn; het betekent stil kunnen staan bij alle slachtoffers, aan welke kant zij ook vielen; het betekent respect en medeleven kunnen tonen aan een ieder die in deze ontwrichtende periode trauma heeft opgelopen, en een luisterend oor bieden aan hun verhalen en herinneringen, zolang dit nog kan; en het betekent vorm willen geven aan een inclusieve Indië herdenking waarin ieders leed evenveel waard is en waarin we vanuit een gelijkwaardige positie in het reine kunnen komen met een uitermate pijnlijke en problematische episode uit onze gedeelde geschiedenis. Om met de woorden van vertelster Lies Cruden – Heerenveen (1936) te eindigen:

‘Pas als je elkaars verhalen kent en deze in alle openheid en met wederzijds respect met elkaar kunt delen, pas dan kun je werken aan heling, verzoening en verdraagzaamheid.’

Yvette Kopijn is mede-initiatiefneemster van Tracing Your Roots en auteur van het boek Antara Nusa (LM Publishers 2018), dat tot stand  kwam in samenwerking met Hanoch Nahumury van stichting Nusantara Amsterdam en fotograaf Armando Ello. Het is te bestellen bij LM Publishers of de plaatselijke boekwinkel. 

Photo credit uitgelichte foto: Indonesische burgers steken de straat over tijdens een gevechtspauze. Soerabaja 1945. Nationaal Archief