De eerste dinsdagavond in een kersvers jaar. Onlangs werd het levensverhaal van Trees Stroop – De Nijs (88 jaar) en een van de vertellers uit mijn boek Antara Nusa opnieuw gepubliceerd in de eenmalige glossy PINDA*. Nu zich vanavond een tweede persoon bij mij gemeld heeft die haar herkend heeft en naar haar op zoek is, besluit ik haar te bellen.

Nadat ik de telefoon minutenlang heb laten overgaan, hoor ik eindelijk haar stem. “Ja, hallo!”, roept ze aan de andere kant van de lijn, “Wie is daar?”. “Ik ben het, Yvette van het boek. Weet u nog wie ik ben?” “Ja, natuurlijk weet ik dat! Je woont in Haarlem.” “Ja, dat klopt”, zeg ik. Even weet ik niet hoe verder te gaan. Trees, die slecht been is en gebonden aan een scoot mobiel, is in anderhalf jaar tijd tot tweemaal toe overvallen in haar eigen huis. De laatste keer dat dit gebeurde, werd ze in gijzeling gehouden in haar badkamer, waar ze angstige momenten beleefde. Het heeft nare herinneringen bij haar wakker gemaakt aan de Japanse bezettingstijd in Indië, die zij als Indisch meisje buiten het kamp doorbracht. Is het wel zo slim om op dit avonduur, nu de stad in duister gehuld is, te vragen naar wat haar overkomen is? Ik besluit het erop te wagen.

En ze vertelt. Hoe de incidenten haar leven hebben veranderd – vooral ten goede eigenlijk. Hoe ze hulp heeft gekregen van een psycholoog, omdat ze toch best schrikachtig is in huis, en nog steeds opveert bij elk klein geluid. Hoe er thuishulp gekomen is, die tweemaal per week langskomt om het huis schoon te maken. Hoe ze dagelijks naar de ouderenopvang wordt gebracht, waar ze doorgaans ook een warme maaltijd nuttigt. Hoe ze nog steeds de ouderensoos van Nusantara Amsterdam bezoekt, om bij te kletsen met andere Indische en Indonesische ouderen. Hoe ze tegenwoordig ook wekelijks de Mahjong Club in Buitenveldert frequenteert: een club waar Indonesisch-Chinese ouderen elkaar treffen. “Aan onze tafel is de jongste 85 jaar en de oudste 92”, vertelt Trees, “Maar ze houden me wel wakker, hoor! Jangan tidur! [slaap niet], roept de oudste steeds naar me! Hij is een gepensioneerd oogarts, dus een pientere man. Hij houdt er niet van wanneer ik te lang nadenk over mijn volgende slag.”

En dan is er die sportinstructeur, die haar sinds kort helpt om fit te blijven. “Hij heet Radmilo Soda, iedereen schijnt hem te kennen, omdat hij een programma op televisie heeft. Nou, ik ken hem niet hoor, maar hij is mijn persoonlijke begeleider. En ik ben natuurlijk een behoorlijke uitdaging voor hem, met mijn 88 jaar!” De van oorsprong Kroatische Radmilo Soda (42 jaar) coachte de deelnemers aan het televisieprogramma Obese in hun strijd tegen overgewicht. In zijn privé sportschool in Amsterdam-Zuid begeleidt hij BN’ers en zelfs leden van het Koninklijk Huis, en nu dan ook onze Trees.

Ik probeer Trees en Radmilo voor mij te zien, samen aan de slag in de sportschool. En ik kan mij wel voorstellen dat de twee een klik hebben. Net als Trees heeft de ex-bokskampioen, ex- straatrat en ex-uitsmijter een bewogen leven achter de rug. Beide groeiden op zonder ouders. Trees, die na de Japanse inval werd weggehaald bij haar moeder en ondergebracht bij de zussen van haar vader. Nadien zou ze worden heen gestuurd naar haar tante in Nederland en belandde ze uiteindelijk in Amsterdam om een verpleegstersopleiding te volgen: een kans die ze aangreep om als verpleegster het benauwende Nederland te verruilen voor Curaçao en alsnog een ‘thuis’ te vinden. Radmilo, zo lees ik in een interview met hem in de Volkskrant, die tijdens zijn jeugd in Kroatië in internaten en op straat belandde, totdat hij zijn toevlucht nam tot Nederland, waar hij in eerste instantie werd opgevangen bij zijn zus, maar al snel terechtkwam in het straatleven van Amsterdam. Bij Radmilo was het de bokssport die zijn leven redde. Twee Amsterdammers, zo verschillend in afkomst, leeftijd en identiteit, maar toch zo verwant aan elkaar. En Radmilo doet Trees goed, zoveel wordt wel duidelijk uit de enthousiaste manier waarop ze over hem praat.

Ik luister naar Trees en verwonder mij over zoveel veerkracht en optimisme. Dat altijd maar weer vasthouden aan de zonnige kant van het bestaan, ook als daartoe de minder zonnige kanten onderbelicht moeten blijven. Een overlevingsstrategie die weliswaar veel ongezegd laat, met alle gevolgen van dien voor de volgende generatie, maar die er wel voor zorgt dat Trees altijd weer terug veert, wat zij ook meemaakt.

En nu schijnt er opnieuw een zonnetje aan haar horizon. Want twee dochters van goede vriendinnen uit haar tijd op Curaçao hebben zich bij mij gemeld. De een om haar moeder met Trees te herenigen; de ander – wier moeder al overleden is – om samen herinneringen op te halen aan een lang vervlogen tijd. Dat Trees in volle teugen mag genieten van het weerzien!

Het boek Antara Nusa. Levensverhalen van ouderen in Indië/Indonesië (LM Publ. 2018) is nog steeds te bestellen. Momenteel werkt Yvette Kopijn aan de afronding van het proefschrift over migratie, identiteit en overlevingskunst in de levensverhalen van drie generaties Javaans-Surinaamse vrouwen.

Meer informatie over oral history of interesse in het bijwonen van een van haar oral history workshops? Stuur dan een mail naar stichtingzieraad@gmail.com