Afgelopen zondag was het alweer de laatste bijeenkomst van Tracing Your Roots. Twee maanden tevoren las ik in het Indische tijdschrift Moesson over dit programma, speciaal georganiseerd voor jongeren om hun Indonesisch/Molukse roots te ontdekken. Een maand later zitten mijn zus en ik vol interesse, maar met de nodige reserve, aan de Tracing Your Roots tafel in zaaltje Merlijn in Haarlem.

De ochtend voor de eerste bijeenkomst hebben we aan onze ouders gevraagd om de beknopte stamboom in te vullen die wij van tevoren toegestuurd hebben gekregen. Met moeite en onder commentaar worden de namen en data ingevuld: “Zijn officiële naam weet ik niet …  eh … even je tante bellen, die weet het vast wel!”. Of: “Haar geboortedatum? Moet ik opzoeken hoor!”. Maar ook: “Je weet toch wel wanneer oma geboren is?!” Maar we weten het eigenlijk helemaal niet zo goed, moeten we toegeven.

Voor de zoveelste keer vul ik op Spotify de zoekterm Indonesian in. Ik wil zo graag iets vinden voor op onze Indo playlist, wanneer we over een maand  af zullen reizen naar Manokwari (West-Papua, voorheen Nieuw-Guinea): de plaats waar onze moeder is opgegroeid. Nog vier weken en dan  kunnen we met eigen ogen zien waar onze grootouders hebben geleefd met hun gezin, voordat ze de overtocht naar Nederland maakten.

We zitten met de hele Tracing Your Roots groep aan tafel. Wat een mooie gezichten! Ieder met gelijksoortige vragen en een gelijksoortig gemis, het voelt meteen vertrouwd. Alsof we bij een kumpulan zijn aanbeland, maar dan een met een serieuze ondertoon.

Bij de eerste bijeenkomst krijgen we tips mee om onze online zoektocht naar onze voorouders te beginnen. Maar eenmaal achter de laptop kan ik helemaal niets vinden! Doe ik iets verkeerd, ofzo? Gefrustreerd leg ik de laptop weg. … maar wacht even, onze oma heet helemaal geen Wies. Ja, zo werd ze wel genoemd, maar dat komt helemaal niet in de buurt van haar officiële naam. Even aan m’n moeder vragen…

Steffie (l) met haar zus Wendy (r)

Wanneer we de volgende week weer samenkomen met de Tracing Your Roots groep vertel ik vol trots dat ik met hulp van mijn moeder mijn overgrootouders heb kunnen traceren.

En dan zegt mijn zus opeens: “Er schijnt een map te zijn met informatie over de ouders van onze moeder”. Ik kijk haar aan, het is de eerste keer dat ik hier iets over hoor. ‘Maar die map schijnt onvindbaar te zijn’, vervolgt mijn zus. ’Na de laatste voorjaarsschoonmaak bij mijn tante heeft niemand hem ooit nog gezien’.

Mijn zus en ik hebben gelukkig onze beide opa’s en oma’s gekend. Inmiddels zijn ze er niet meer – al heel lang niet, nu ik erbij stilsta. Bij onze opa Simon heb ik eigenlijk alleen maar  op schoot gezeten, ik was nog heel jong toen. Ik herinner mij dat hij geregeld  bij ons logeerde, voordat hij weer naar het volgende familielid ging. Oma Wies ken ik beter. Gezellig met de familie bij oma eten en later eetpartijtjes in het Indische bejaardentehuis. Opa Simon en oma zijn getrouwd geweest, maar dat is heel lang geleden: toen ze nog in Indonesië woonden. Beide overleden voor mijn tiende, dus heb ik hen nooit kunnen vragen hoe het was, daar aan de andere kant van de wereld. Als kind besefte ik mij helemaal niet dat zij een lange, pijnlijke reis hebben moeten afleggen om in Nederland te komen.

In Roermond staat op één van de zuilen van het Indië monument de naam van mijn oma’s broer vermeld. Omgekomen, nét na de bevrijding van Japan, lees ik.

Mijn opa van vaderskant vertelde weleens over Indonesië. Altijd dezelfde verhalen, waarvan ik mij slechts één herinner. Dat hij destijds de papieren van onze oma verstopt had tussen een grote stapel formulieren, die zijn baas moest ondertekenen om naar Nederland te kunnen vertrekken. En zo heeft hij ervoor gezorgd dat onze oma mee kon naar Nederland. Onvoorstelbaar dat deze lieve vrouw misschien had moeten achterblijven in Indonesië.

Mijn zus heeft onze tante bezocht, die de map met documenten in haar bezit moet hebben. Het gaat goed met haar.

Nog geen jaar geleden is haar man overleden. Deze oom vertelde mij eens dat hij in een Jappenkamp had gezeten. Dat hij afgeranseld werd, omdat hij eten had verstopt en aan een vriend had gegeven, die een zogenaamde ‘buitenkamper’ was. Een flard van een herinnering, meer liet hij niet los.

Ik zie dat ik tien appjes van mijn zus heb ontvangen. Ze heeft de map – nee, de mappen, want het zijn er twee! Eén over onze oma en één over onze opa. Wat een geluk! De mappen zijn vol met vergeelde documenten; geboorteaktes, vergunningen om te verhuizen, brieven, zelfs foto’s hier en daar. Maar ook de interneringskaart van oom Charles, wiens naam vermeld staat op Indië monument in Roermond.

Oom Charles  verandert van een naam in een persoon: de broer van mijn oma, net voor de bevrijding gemarteld door Japanners en zo de dood ingejaagd.

En opeens is er een hoop om uit te zoeken. We hebben twee lijvige mappen om uit te pluizen en onze familie om uit te horen, om uiteindelijk een zo compleet mogelijk beeld te krijgen van familiegeschiedenis en inzicht te krijgen in wat vorige generaties hebben doorstaan in het verleden – voor onszelf, voor onze ouders, onze familie, maar ook voor toekomstige generaties. Zodat zij de pijn kunnen navoelen die onze grootouders gevoeld moeten hebben, maar ook de immense veerkracht die zij getoond hebben toen zij alles achter zich moesten laten en hun geboortegrond moesten verruilen voor Nederland. Het is een kracht waar wij uit kunnen putten om het leed dat in het verleden veroorzaakt is – leed dat van generatie op generatie is doorgegeven – te kunnen helen en verzachten.

Steffie de Haan, een van de deelnemers van Tracing Your Roots, maart 2019